Einde Braziliaanse winter (2019)

De Braziliaanse winter loopt ten einde en daarmee ook een maand veldwerk. Koud was het deze keer niet. Integendeel. De temperatuur kwam deze dagen zelfs boven de dertig graden. Maar het is ook wel eens anders geweest. In juli 1965 werden de bewoners van de kolonie Não-Me-Toque overvallen door een dik pak sneeuw. Theresia Stapelbroek haalde voor mij deze foto tevoorschijn.

Theresia is geboren in Diessen (NB) en was zeven toen ze in 1949 met haar ouders en tien oudere broers en zussen naar Brasil emigreerde. In het appartement van dochter Regina hangt een souvenir uit Diessen en eronder een klompje uit het Brabantse Moergestel.

Herinneringen aan het land van herkomst vind je overal. Soms op plaatsen waar je het niet meteen verwacht. Ik bracht een paar ansichtkaarten naar het postkantoor. De medewerker vroeg me waar ik vandaan kwam. En toen vertelde hij over zijn achternaam en dat hij deels afstamt van Nederlandse immigranten “van lang lang geleden”. Gilberto Dattein liet me vervolgens een document zien dat hij op zijn mobiel bewaart: van zijn […]grootvader die in de negentiende eeuw vanuit de provincie Zeeland naar Brasil was gekomen.

Het meest recente aandenken dat ik tegenkwam was een kindertekening van Otavio (5) in het appartement van Teodora Souilljee Lütkemeyer, voorzitter van de plaatselijke Hollandse Vereniging. Otavio behoort tot de vijfde generatie ‘descendentes holandeses’ in Não-Me-Toque. Hij weet hoe de Braziliaanse vlag eruitziet, maar voor zijn oma kleurt hij evengoed de Nederlandse vlag in.

De liefde voor de eigen cultuur is grensoverschrijdend. Dat blijkt onder meer uit de betrokkenheid van ‘os holandeses’ bij het lokale Centro de Tradições Gaúchas. Doel is het levend houden van de tradities van de Gaúchos, de inwoners van de Braziliaanse deelstaat Rio Grande do Sul. Zo waren twee broers Van Riel en Willy van Lieshout medeoprichters en schilderde Doortje Souilljee Assinck onderstaand tafereel voor het verenigingsgebouw in Não-Me-Toque.

Obrigada a todos e até …

Lugares de memória: os Países Baixos no Brasil

Plaatsen van herinnering: Nederland in Brazilië (2019)

Het huis van Elisabeth Sanders em Não-Me-Toque (RS)

Binnenshuis bij Elisabeth Sanders in Não-Me-Toque (RS)

Hobbyclub II thuis bij Mari van Schaik in Não-Me-Toque (RS). Sinds 2017 komen (klein)dochters van de Nederlandse immigranten eens in de zes weken bij elkaar voor chimarrão én koffie met zelfgebakken vlaai. De voertaal is Portugees. Een enkeling praat een beetje Nederlands. De echtgenotes van Nederlandse (klein)zonen – veelal nakomelingen van Duitse immigranten – zijn eveneens van de partij.

Op bezoek bij economisch historicus José Lannes de Melo (rechts) aan de Universidade Federal do Paraná in Curitiba. José verricht onderzoek naar het bedrijf STARA, opgericht door twee Nederlandse immigrantenfamilies in Não-Me-Toque (RS).

Plakkaat bij ‘Het Geheugenhuis’ in Parque Histórico de Carambeí (PR). “Opdat het doorzettingsvermogen en het geloof van de pioniers worden voortgezet en behouden door de nieuwe generaties.”

V.l.n.r. Lucas Henrique Los, directeur Dick de Geus en Felipe André Pedroso de Oliveira van Parque Histórico de Carambeí (PR)

In de keuken van Museu Holambra (SP)

Aan het werk bij João & João in Museu Holambra (SP)

Sinterklaas (met bijbel) en zwarte pieten op de Expoflora in Holambra (SP)

Migração & Memória

Bom dia senhores e senhoras,

Me sinto muito feliz estar aqui com todos vocês. Fazendo parte desse evento promovido pela Associação Holandesa de Não-Me-Toque. Com muito honra e gratidão a Associação, em especial a sua presidente Teodora Souilljee Lütkemeyer, dirijo a palavra a todos e todas nesta comemoração dos setenta anos de imigração holandesa em Não-Me-Toque. Especialmente porque a minha pesquisa chamada Migração & Memória quero refletir sobre momentos como este; descendentes holandeses, migrantes entre dois mundos, celebram fatos de setenta anos de história, pessoal e collectivamente.

As perguntas que tento responder são: o que e lembrado e como e lembrado? E principalmente qual o significado desta memória? O que vocês migrantes holandeses lembram, o que migrantes holandeses que retornam a Holanda contam, e de que forma estas memórias são cultivadas, que cerimônias e rituais são celebrados, que monumentos sao erigidos, o que vai para os museus? De que forma cada um e o collectivo dão significado, pois cada um deve conviver com as propias memórias.

Bem! Não vou me alongar. Vou contar uma pequena estória. Jan van Houts, um holandes que viveu no Brasil e retornou a Holanda, foi entrevistado por mim em 2010 na casa dele em Deurne, Holanda. Quando visitei a esposa dele Miet van Houts-van Riel em 2012, um mês após a morte do marido, ela me deu um santinho, como lembrança dele. Ela falou: “Dat blijft trekken uit Brasil, hè. We zijn net een familie en bij begrafenissen zien we elkaar altijd weer terug.” Traduzindo: “Isto do Brasil isto nos atrai. Nos somos como uma familia e em velorios nos nos vemos sempre de novo.“

E naquele santinho e na frase que ela me disse descortinou-se para mim a forma como um migrante era lembrado e em que comunidade era lembrado. Desde então tenho já quase duzentos migrantes entre Brasil e Holanda registrados desde 1948 – fundação de Holambra – cada um com um santinho. Todos estes santinhos formam, junto, um livro vivo da vida já passada, constituindo uma memória viva para individuos e a comunidade presente, minha esperança, para a comunidade do futuro, herdeira das memórias que queremos passar.

(Toespraak bij het jubileumfeest 70 jaar Nederlandse immigratie in Não-Me-Toque op zondag 25 augustus 2019, met dank aan mijn achternicht Maria Elisabete Haase-Möllmann voor haar hulp bij de vertaling naar het Portugees:-)

Braziliaanse winter (2019)

Een uitnodiging voor het jubileumfeest in Não-Me-Toque, ter gelegenheid van 70 jaar Nederlandse immigratie, sla ik natuurlijk niet af. Daarvoor ruil ik de laatste zomermaand in Nederland graag in voor vier weken Zuid-Braziliaanse kou. Een maand waarin ik de kans grijp om tussentijdse onderzoeksresultaten te presenteren en mijn ogen opnieuw de kost te geven. Behalve de kolonie Não-Me-Toque zal ik ook andere plaatsen bezoeken, om te beginnen het historisch museumpark in Carambeí. Verder wil ik gaan kijken bij de restanten van de Escola São Paulo in de kolonie Holambra. Het voormalige schoolgebouw van de Nederlandse migrantengemeenschap werd onlangs gesloopt.

(Video: via João Luiz van Ham Mello)

Van Tuk naar Não-Me-Toque

Als de Nederlandse taal al een rol speelt in de omgang tussen nakomelingen van Nederlandse immigranten dan is die – op een enkele uitzondering na – in de kolonie Não-Me-Toque minimaal. Gangbare woorden die ik opvang in het dagelijkse taalgebruik zijn oma, opa en vlaai. Maar tegen het einde van de Zeskamp, afgelopen zaterdag, toen de teams van de zes kolonies zich verenigden in een optocht langs de tribune met supporters, klonk ineens dé hit van het Nederlandse Mannenkoor Karrespoor. ’s Avonds bij de confraternização de encerramento (afsluiting) werd dit boerenvolkslied uit het Overijsselse dorp Tuk nog een keer herhaald. Gaat “mooi man” transnationaal? Is dit wat ze bedoelen met Zeskamp: a verdadeira integração?

Zeskamp 2018

Zeskamp is de grootste jaarlijkse reünie van nakomelingen van Nederlandse immigranten in Brazilië. Al 40 jaar lang brengt dit interkoloniale sportevenement jong en oud uit alle zes Nederlandse koloniën samen.

Zeskamp is tradição, integração en confraternização: dé plek om andere descendentes holandeses te ontmoeten. En ook: als groep de competitie aangaan met andere koloniën. Welke kolonie levert de beste sportprestaties? Tegelijkertijd beoogt dit vierdaaagse evenement verschillende generaties met elkaar te verbinden.

Behalve een onderverdeling naar koloniën en generaties zie ik tijdens dit evenement nog tig andere subgroepen. En zo maak je op een gegeven moment zelf deel uit van een groep.

Descendentes holandeses / Stapelbroek – primas terçeira geração

Foto’s 1 en 2: Facebook Zeskamp

Folklore en koffie met vlaai

(Foto: Facebook / Festival Folclórico e de Etnias do Paraná)

Hoe gaan Nederlandse immigranten in Brazilië om met hun verleden? Een antwoord op deze vraag vond ik afgelopen week in Curitiba, de hoofdstad van de deelstaat Paraná. Tijdens het 57ste Festival Folclórico de Etnias do Paraná in Teatro Guaíra vertegenwoordigde de kolonie Castrolanda op folkoristische wijze het land van de klompen, molens en tulpen. Castrolanda kent sinds jaar en dag een eigen volksdansgroep waarin vooral jongeren dansen, alsook een heus boerenkoor.

Een ander antwoord op de vraag hoe Nederlandse immigranten in Brazilië omgaan met hun verleden, ligt besloten in de Hobbyclub van Não-Me-Toque in Rio Grande do Sul. Volgens Rika van Schaik-Stapelbroek komt dit groepje vrouwen van de tweede generatie Nederlanders al sinds 1976 wekelijks bij elkaar. Na afloop van een gezamenlijke cursus houtsnijwerk besloten ze samen te blijven handwerken. Handwerken doet Rika nog steeds, maar als de dames nu bij elkaar komen is dat vooral om samen koffie te drinken en vlaai te eten. Bijpraten doen ze afwisselend in het Nederlands en Braziliaans-Portugees.

“Dia do Imigrante Holandês”

“Meisje, ik ben een zeeman.” Dit zong de Duits-Braziliaanse musicus Luiz Carlos Wiedthauper uit Nao-Me-Toque. Hij deed dat voorafgaande aan de presentatie van mijn onderzoek waarvoor ik deze week was uitgenodigd op drie plaatsen in Zuid-Brazilië. Het liedje liet een aantal Nederlandse ouderen in het publiek niet onberoerd. Het deed hen terugdenken aan de bootreis die zij als kinderen samen met hun ouders, broers en zussen maakten, onderweg naar het toekomstige vaderland Brazilië.

Het seminar Holanda-Brasil werd georganiseerd door de Associação Holandesa in samenwerking met de gemeente Não-Me-Toque, ULBRA Carazinho en PUCRS in Porto Alegre. In zekere zin was het een driedaagse “Dia do Imigrante Holandês” in de deelstaat Rio Grande do Sul: een zeer geslaagde kennismaking met collega-onderzoekers en een onverwachte reünie van descendentes holandeses. Met name dankzij de voorzitter van de Associação Holandesa, Teodora Lütkemeyer.

Over transnationale herinneringscultuur gesproken, persoonlijk vond ik het heel bijzonder om samen met achternicht Maria Betí Haase-Möllmann uit Porto Alegre de tweetalige presentatie aan de Pontifícia Universidade Católica do Rio Grande do Sul te doen. Dit hadden onze grootvaders Jan en Toon Stapelbroek (die elkaar na de emigratie van Jan nooit meer terugzagen) niet kunnen bedenken.

Foto’s: Andressa Avilla/ACS Carazinho, Fotostichting Diessen, Teodora Lütkemeyer, Maria Inês Möllmann.

Video op Facebook