‘Het gevoel van hier’ … maar dan in Brazilië

A.s. zaterdag 12 oktober is emigrant Jan van den Broek uit Berlicum de Brabantse Held. Voor deze aflevering ben ik in Museum Holambra geïnterviewd.

Klik hier voor de uitzending bij Omroep Brabant.

“Na de oorlog emigreerden veel jonge Brabantse boeren naar verre oorden, zoals Canada, Nieuw-Zeeland en Brazilië om daar zelf een boerenbedrijf op te zetten. Zo ook Jan van den Broek uit Berlicum. Hij was een van de pioniers van de landbouwcoöperatie Holambra in Brazilië. Daar kwam hij erachter dat het leven aldaar niet zo rooskleurig was als vooraf voorgesteld. Veel emigranten keerden dan ook terug naar Nederland. Maar Jan van den Broek bleef zijn geliefde Brazilië trouw tot aan zijn dood in 2010.”

Brabantse Helden is een tv-serie geproduceerd door Eendracht Films en Erfgoed Brabant voor Omroep Brabant. Bekijk hier alle Brabantse helden.

Einde Braziliaanse winter (2019)

De Braziliaanse winter loopt ten einde en daarmee ook een maand veldwerk. Koud was het deze keer niet. Integendeel. De temperatuur kwam deze dagen zelfs boven de dertig graden. Maar het is ook wel eens anders geweest. In juli 1965 werden de bewoners van de kolonie Não-Me-Toque overvallen door een dik pak sneeuw. Theresia Stapelbroek haalde voor mij deze foto tevoorschijn.

Theresia is geboren in Diessen (NB) en was zeven toen ze in 1949 met haar ouders en tien oudere broers en zussen naar Brasil emigreerde. In het appartement van dochter Regina hangt een souvenir uit Diessen en eronder een klompje uit het Brabantse Moergestel.

Herinneringen aan het land van herkomst vind je overal. Soms op plaatsen waar je het niet meteen verwacht. Ik bracht een paar ansichtkaarten naar het postkantoor. De medewerker vroeg me waar ik vandaan kwam. En toen vertelde hij over zijn achternaam en dat hij deels afstamt van Nederlandse immigranten “van lang lang geleden”. Gilberto Dattein liet me vervolgens een document zien dat hij op zijn mobiel bewaart: van zijn […]grootvader die in de negentiende eeuw vanuit de provincie Zeeland naar Brasil was gekomen.

Het meest recente aandenken dat ik tegenkwam was een kindertekening van Otavio (5) in het appartement van Teodora Souilljee Lütkemeyer, voorzitter van de plaatselijke Hollandse Vereniging. Otavio behoort tot de vijfde generatie ‘descendentes holandeses’ in Não-Me-Toque. Hij weet hoe de Braziliaanse vlag eruitziet, maar voor zijn oma kleurt hij evengoed de Nederlandse vlag in.

De liefde voor de eigen cultuur is grensoverschrijdend. Dat blijkt onder meer uit de betrokkenheid van ‘os holandeses’ bij het lokale Centro de Tradições Gaúchas. Doel is het levend houden van de tradities van de Gaúchos, de inwoners van de Braziliaanse deelstaat Rio Grande do Sul. Zo waren twee broers Van Riel en Willy van Lieshout medeoprichters en schilderde Doortje Souilljee Assinck onderstaand tafereel voor het verenigingsgebouw in Não-Me-Toque.

Obrigada a todos e até …

Braziliaanse winter (2019)

Een uitnodiging voor het jubileumfeest in Não-Me-Toque, ter gelegenheid van 70 jaar Nederlandse immigratie, sla ik natuurlijk niet af. Daarvoor ruil ik de laatste zomermaand in Nederland graag in voor vier weken Zuid-Braziliaanse kou. Een maand waarin ik de kans grijp om tussentijdse onderzoeksresultaten te presenteren en mijn ogen opnieuw de kost te geven. Behalve de kolonie Não-Me-Toque zal ik ook andere plaatsen bezoeken, om te beginnen het historisch museumpark in Carambeí. Verder wil ik gaan kijken bij de restanten van de Escola São Paulo in de kolonie Holambra. Het voormalige schoolgebouw van de Nederlandse migrantengemeenschap werd onlangs gesloopt.

(Video: via João Luiz van Ham Mello)

Kijken en luisteren

De Braziliaanse winter is voorbij en daarmee ook het veldwerk dat ik gedurende drie maanden in Brazilië deed. De afgelopen vier weken bracht ik door in de Nederlandse kolonie Holambra, gelegen in de deelstaat São Paulo. Ook hier bestonden de werkzaamheden uit interviewen, lezingen geven, archiefonderzoek en het inventariseren van museumobjecten. Maar wat ik vooral heb gedaan is kijken en luisteren naar mensen. Aan verhalen over vroeger geen gebrek. Ik hoefde de deur van mijn appartement op het Centro Social Holandês maar open te zetten of aan te schuiven in het museumcafé om te horen hoe herinneringen aan de immigratie een rol spelen.

Ontmoetingen op straat, in de supermarkt, het tuincentrum, de bibliotheek, bij mensen thuis en een groepsbezoek aan het Museu da Imigração in São Paulo leverden ook waardevolle data op.
En toen waren er ineens twee sterfgevallen binnen drie dagen. De eerste begrafenis, van pionier Herman Kievitsbosch vorige week maandag, heb ik niet bijgewoond, want ik wilde geen antropologische pottenkijker zijn. Dat gevoel bleek achteraf onterecht. Daarom maakte ik twee dagen erna wel deel uit van de stoet naar het graf van Henk Reijers. Uit eerbetoon aan de pionier klonk daar het Emigrantenlied. Dit lied hoorde ik eerder tijdens de viering van het 70-jarig jubileum van Holambra, in juli van dit jaar. (Beluister het fragment hieronder.) Het hoogtepunt van elke viering, aldus sommige ouderen.

Muito obrigada a todos em Holambra / no Brasil que me ajudaram durante minha pesquisa. “Até logo.”

“Vertrokken Nederlands”

Behalve voor archiefonderzoek in het Museu Holambra was ik afgelopen week in Campinas (SP), Carambeí en Arapoti (PR).

Bij de PUC in Campinas was ik gastdocent voor een klas met studenten Toerisme. Het was leuk om te merken dat ze geïnteresseerd waren in de uitvoering van mijn onderzoek: Welke methoden gebruik je en hoe pak je dat aan? Een aantal studenten werkt momenteel als gids op de Expoflora in Holambra.

Zowel in de kolonie Carambeí als Arapoti kwamen na afloop van mijn lezing vragen over de taal: In hoeverre is het noodzakelijk dat nakomelingen van immigranten Nederlands spreken om de culturele identiteit te behouden? Mijn vermoeden – op basis van wat ik tot nu heb geobserveerd en gehoord – is dat de Nederlandse taal voor de huidige generatie jongeren hierin geen cruciale rol speelt. Het is eerder de gezamenlijke deelname aan een evenement als de Zeskamp die de herinnering aan hun Nederlandse afkomst levend houdt. Meer onderzoek zal moeten uitwijzen of dit klopt. Ik ben daarom ook benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek Vertrokken Nederlands en hoop dat vele descendentes holandeses in Brasil de enquête invullen.

Castrolanda

Een verblijf van bijna vier weken in de kolonie Castrolanda in de deelstaat Paraná leverde een heleboel data op voor mijn deelonderzoek: Hoe wordt de immigratiegeschiedenis in herinnering gebracht in het lokale museum? Met dank aan iedereen die mij daarbij behulpzaam was, in het bijzonder de mensen van Centro Cultural Castrolanda.

Een impressie in enkele foto’s …

Museu Histórico de Castrolanda en de molen Memorial da Imigração

“Omdat het ons niet gegeven is lang te leven, doen we iets dat moet getuigen dat we hebben geleefd.” (professor Wilson Cruz)

Het museumgebouw representeert een boerderij die karakteristiek is voor het noordoosten van Nederland. Hier komen de meeste immigranten uit Castrolanda vandaan.

Het logo op de verpakkingen herinnert ons aan de Nederlandse afkomst van de zuivelproducenten in Castrolanda.

Plaats van herinnering in Nederland: Hotel Homan in Hoogeveen waar de groep emigranten zich voorbereidde op de stichting van de kolonie Castrolanda.

Geen museum zonder tractor

Dat de musea in de Nederlandse koloniën in Brazilië tractoren en landbouwwerktuigen tentoonstellen, heeft alles te maken met de achtergrond van de immigranten. Bij gebrek aan toekomstmogelijkheden in Nederland besloten verschillende boerengezinnen na de Tweede Wereldoorlog hun agrarische bestaan in Brazilië voort te zetten. Een aantal landbouwwerktuigen uit de huidige museumcollecties is destijds meegenomen vanuit Nederland.

Tractoren waren er ook afgelopen zaterdag te zien tijdens de gincana in Holambra. Na afloop van de sterrit reden ruim tachtig versierde boerenkarren voortgetrokken door tractoren in optocht door het centrum van de kolonie. Daar ging het feest ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Holambra nog even door.

Van Tuk naar Não-Me-Toque

Als de Nederlandse taal al een rol speelt in de omgang tussen nakomelingen van Nederlandse immigranten dan is die – op een enkele uitzondering na – in de kolonie Não-Me-Toque minimaal. Gangbare woorden die ik opvang in het dagelijkse taalgebruik zijn oma, opa en vlaai. Maar tegen het einde van de Zeskamp, afgelopen zaterdag, toen de teams van de zes kolonies zich verenigden in een optocht langs de tribune met supporters, klonk ineens dé hit van het Nederlandse Mannenkoor Karrespoor. ’s Avonds bij de confraternização de encerramento (afsluiting) werd dit boerenvolkslied uit het Overijsselse dorp Tuk nog een keer herhaald. Gaat “mooi man” transnationaal? Is dit wat ze bedoelen met Zeskamp: a verdadeira integração?

Zeskamp 2018

Zeskamp is de grootste jaarlijkse reünie van nakomelingen van Nederlandse immigranten in Brazilië. Al 40 jaar lang brengt dit interkoloniale sportevenement jong en oud uit alle zes Nederlandse koloniën samen.

Zeskamp is tradição, integração en confraternização: dé plek om andere descendentes holandeses te ontmoeten. En ook: als groep de competitie aangaan met andere koloniën. Welke kolonie levert de beste sportprestaties? Tegelijkertijd beoogt dit vierdaaagse evenement verschillende generaties met elkaar te verbinden.

Behalve een onderverdeling naar koloniën en generaties zie ik tijdens dit evenement nog tig andere subgroepen. En zo maak je op een gegeven moment zelf deel uit van een groep.

Descendentes holandeses / Stapelbroek – primas terçeira geração

Foto’s 1 en 2: Facebook Zeskamp

Folklore en koffie met vlaai

(Foto: Facebook / Festival Folclórico e de Etnias do Paraná)

Hoe gaan Nederlandse immigranten in Brazilië om met hun verleden? Een antwoord op deze vraag vond ik afgelopen week in Curitiba, de hoofdstad van de deelstaat Paraná. Tijdens het 57ste Festival Folclórico de Etnias do Paraná in Teatro Guaíra vertegenwoordigde de kolonie Castrolanda op folkoristische wijze het land van de klompen, molens en tulpen. Castrolanda kent sinds jaar en dag een eigen volksdansgroep waarin vooral jongeren dansen, alsook een heus boerenkoor.

Een ander antwoord op de vraag hoe Nederlandse immigranten in Brazilië omgaan met hun verleden, ligt besloten in de Hobbyclub van Não-Me-Toque in Rio Grande do Sul. Volgens Rika van Schaik-Stapelbroek komt dit groepje vrouwen van de tweede generatie Nederlanders al sinds 1976 wekelijks bij elkaar. Na afloop van een gezamenlijke cursus houtsnijwerk besloten ze samen te blijven handwerken. Handwerken doet Rika nog steeds, maar als de dames nu bij elkaar komen is dat vooral om samen koffie te drinken en vlaai te eten. Bijpraten doen ze afwisselend in het Nederlands en Braziliaans-Portugees.