“Vertrokken Nederlands”

Behalve voor archiefonderzoek in het Museu Holambra was ik afgelopen week in Campinas (SP), Carambeí en Arapoti (PR).

Bij de PUC in Campinas was ik gastdocent voor een klas met studenten Toerisme. Het was leuk om te merken dat ze geïnteresseerd waren in de uitvoering van mijn onderzoek: Welke methoden gebruik je en hoe pak je dat aan? Een aantal studenten werkt momenteel als gids op de Expoflora in Holambra.

Zowel in de kolonie Carambeí als Arapoti kwamen na afloop van mijn lezing vragen over de taal: In hoeverre is het noodzakelijk dat nakomelingen van immigranten Nederlands spreken om de culturele identiteit te behouden? Mijn vermoeden – op basis van wat ik tot nu heb geobserveerd en gehoord – is dat de Nederlandse taal voor de huidige generatie jongeren hierin geen cruciale rol speelt. Het is eerder de gezamenlijke deelname aan een evenement als de Zeskamp die de herinnering aan hun Nederlandse afkomst levend houdt. Meer onderzoek zal moeten uitwijzen of dit klopt. Ik ben daarom ook benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek Vertrokken Nederlands en hoop dat vele descendentes holandeses in Brasil de enquête invullen.

Van Tuk naar Não-Me-Toque

Als de Nederlandse taal al een rol speelt in de omgang tussen nakomelingen van Nederlandse immigranten dan is die – op een enkele uitzondering na – in de kolonie Não-Me-Toque minimaal. Gangbare woorden die ik opvang in het dagelijkse taalgebruik zijn oma, opa en vlaai. Maar tegen het einde van de Zeskamp, afgelopen zaterdag, toen de teams van de zes kolonies zich verenigden in een optocht langs de tribune met supporters, klonk ineens dé hit van het Nederlandse Mannenkoor Karrespoor. ’s Avonds bij de confraternização de encerramento (afsluiting) werd dit boerenvolkslied uit het Overijsselse dorp Tuk nog een keer herhaald. Gaat “mooi man” transnationaal? Is dit wat ze bedoelen met Zeskamp: a verdadeira integração?