Geen museum zonder tractor

Dat de musea in de Nederlandse koloniën in Brazilië tractoren en landbouwwerktuigen tentoonstellen, heeft alles te maken met de achtergrond van de immigranten. Bij gebrek aan toekomstmogelijkheden in Nederland besloten verschillende boerengezinnen na de Tweede Wereldoorlog hun agrarische bestaan in Brazilië voort te zetten. Een aantal landbouwwerktuigen uit de huidige museumcollecties is destijds meegenomen vanuit Nederland.

Tractoren waren er ook afgelopen zaterdag te zien tijdens de gincana in Holambra. Na afloop van de sterrit reden ruim tachtig versierde boerenkarren voortgetrokken door tractoren in optocht door het centrum van de kolonie. Daar ging het feest ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Holambra nog even door.

Van Tuk naar Não-Me-Toque

Als de Nederlandse taal al een rol speelt in de omgang tussen nakomelingen van Nederlandse immigranten dan is die – op een enkele uitzondering na – in de kolonie Não-Me-Toque minimaal. Gangbare woorden die ik opvang in het dagelijkse taalgebruik zijn oma, opa en vlaai. Maar tegen het einde van de Zeskamp, afgelopen zaterdag, toen de teams van de zes kolonies zich verenigden in een optocht langs de tribune met supporters, klonk ineens dé hit van het Nederlandse Mannenkoor Karrespoor. ’s Avonds bij de confraternização de encerramento (afsluiting) werd dit boerenvolkslied uit het Overijsselse dorp Tuk nog een keer herhaald. Gaat “mooi man” transnationaal? Is dit wat ze bedoelen met Zeskamp: a verdadeira integração?

Zeskamp 2018

Zeskamp is de grootste jaarlijkse reünie van nakomelingen van Nederlandse immigranten in Brazilië. Al 40 jaar lang brengt dit interkoloniale sportevenement jong en oud uit alle zes Nederlandse koloniën samen.

Zeskamp is tradição, integração en confraternização: dé plek om andere descendentes holandeses te ontmoeten. En ook: als groep de competitie aangaan met andere koloniën. Welke kolonie levert de beste sportprestaties? Tegelijkertijd beoogt dit vierdaaagse evenement verschillende generaties met elkaar te verbinden.

Behalve een onderverdeling naar koloniën en generaties zie ik tijdens dit evenement nog tig andere subgroepen. En zo maak je op een gegeven moment zelf deel uit van een groep.

Descendentes holandeses / Stapelbroek – primas terçeira geração

Foto’s 1 en 2: Facebook Zeskamp

Folklore en koffie met vlaai

(Foto: Facebook / Festival Folclórico e de Etnias do Paraná)

Hoe gaan Nederlandse immigranten in Brazilië om met hun verleden? Een antwoord op deze vraag vond ik afgelopen week in Curitiba, de hoofdstad van de deelstaat Paraná. Tijdens het 57ste Festival Folclórico de Etnias do Paraná in Teatro Guaíra vertegenwoordigde de kolonie Castrolanda op folkoristische wijze het land van de klompen, molens en tulpen. Castrolanda kent sinds jaar en dag een eigen volksdansgroep waarin vooral jongeren dansen, alsook een heus boerenkoor.

Een ander antwoord op de vraag hoe Nederlandse immigranten in Brazilië omgaan met hun verleden, ligt besloten in de Hobbyclub van Não-Me-Toque in Rio Grande do Sul. Volgens Rika van Schaik-Stapelbroek komt dit groepje vrouwen van de tweede generatie Nederlanders al sinds 1976 wekelijks bij elkaar. Na afloop van een gezamenlijke cursus houtsnijwerk besloten ze samen te blijven handwerken. Handwerken doet Rika nog steeds, maar als de dames nu bij elkaar komen is dat vooral om samen koffie te drinken en vlaai te eten. Bijpraten doen ze afwisselend in het Nederlands en Braziliaans-Portugees.

“Núcleos coloniais de imigrantes”


Je hoeft geen descendente holandês te zijn om op zondagochtend koffie te mogen zetten in “Ons Huisje” te Não-Me-Toque (RS). Het helpt anders wel als je met een Brasileiro holandês bent getrouwd. En hou je niet koffie, dan is er altijd nog chimarrão te krijgen.

Vanuit Não-Me-Toque ging de reis deze week verder naar Curitiba. Met dank aan consul Robert Willem de Ruijter en adviseur Isadora Pereira da Fonseca heb ik hier in de hoofdstad van Paraná nieuwe contacten kunnen leggen.
Na de lezing in het Museu Paranaense nodigde directeur Renato Augusto Carneiro de aanwezigen uit voor een bezoek aan de expositie over de vele koloniën van immigrantengroepen in Paraná: Duitsers, Italianen, Japanners, Oekraïners, Russen, Arabieren, Polen, Fransen én Nederlanders.

De reacties en gesprekken na afloop van de lezing bij het Instituto Hístorico e Geográfico do Paraná leverde eveneens stof tot nadenken. Hoe dan ook helpen deze presentaties mij scherper te reflecteren op de onderzoeksvragen.

Inspirerend was daarnaast ook het oral history interview dat ik had met Elisabeth Henderikx. Elisabeth was vier was toen ze met haar ouders, broers en zussen vanuit het Brabantse Someren-Heide naar Holambra emigreerde. Daarvandaan verhuisde het gezin eerst naar Jaú (SP) en vervolgens naar Lapa (PR) en zelf woont Elisabeth nu al jaren in Curitiba. Behalve dat ze wist te vertellen over de rol die de immigratie heeft gespeeld in haar persoonlijke leven en dat van haar familie, liet ze mij ook foto’s en andere tastbare herinneringen zien.

“Dia do Imigrante Holandês”

“Meisje, ik ben een zeeman.” Dit zong de Duits-Braziliaanse musicus Luiz Carlos Wiedthauper uit Nao-Me-Toque. Hij deed dat voorafgaande aan de presentatie van mijn onderzoek waarvoor ik deze week was uitgenodigd op drie plaatsen in Zuid-Brazilië. Het liedje liet een aantal Nederlandse ouderen in het publiek niet onberoerd. Het deed hen terugdenken aan de bootreis die zij als kinderen samen met hun ouders, broers en zussen maakten, onderweg naar het toekomstige vaderland Brazilië.

Het seminar Holanda-Brasil werd georganiseerd door de Associação Holandesa in samenwerking met de gemeente Não-Me-Toque, ULBRA Carazinho en PUCRS in Porto Alegre. In zekere zin was het een driedaagse “Dia do Imigrante Holandês” in de deelstaat Rio Grande do Sul: een zeer geslaagde kennismaking met collega-onderzoekers en een onverwachte reünie van descendentes holandeses. Met name dankzij de voorzitter van de Associação Holandesa, Teodora Lütkemeyer.

Over transnationale herinneringscultuur gesproken, persoonlijk vond ik het heel bijzonder om samen met achternicht Maria Betí Haase-Möllmann uit Porto Alegre de tweetalige presentatie aan de Pontifícia Universidade Católica do Rio Grande do Sul te doen. Dit hadden onze grootvaders Jan en Toon Stapelbroek (die elkaar na de emigratie van Jan nooit meer terugzagen) niet kunnen bedenken.

Foto’s: Andressa Avilla/ACS Carazinho, Fotostichting Diessen, Teodora Lütkemeyer, Maria Inês Möllmann.

Video op Facebook

Havana aan de Waal

Juni 1985. Met mijn diploma VWO op zak was ik vastbesloten de Achterhoek te verlaten en naar Amerika te gaan. Maar ik strandde in Havana aan de Waal en beleefde een studententijd om nooit te vergeten. En jij? Kom mee herinneringen ophalen bij Erfgoedfestival Gelderland.

Wanneer? Donderdagmiddag 14 juni 2018
Waar? Radboud Universiteit Nijmegen

Braziliaanse winter

winter in Brazilië
(Arapoti, PR, Brazilië; foto Renate Stapelbroek, juni 2016)
Eind juni vertrek ik weer voor drie maanden naar de Nederlandse koloniën in Zuid-Brazilië. In het kader van mijn onderzoek Migratie & Herinnering ga ik de Zeskamp bijwonen, mensen interviewen, musea bezoeken en lezingen geven in onder meer Porto Alegre, Curitiba en São Paulo. Het onderzoek start op 25 juni 2018 met de nationale viering van de Dia do Imigrante – Dag van de Immigrant. Meer weten? Reis deze Braziliaanse winter mee via dit blog op www.renatestapelbroek.nl of via Facebook.